Gedichten

  • Alles gebeurt onderweg

    Annemie Deckmyn de lege la waaruit ik het laatste paar  kousen aantrek maakt me melancholiek.  mijn benen zijn het waard om deze  ragfijne aan te trekken. gehandschoend        het bloot bedekken. kleine haperingen havenen  mijn tweede huid. een steek in mijn hart,  de ladder spreidt zich voor me uit, dood spoor  over oud zeer. dat…

    Lees verder: Alles gebeurt onderweg
  • Verweesd

    Eddy Vaernewyck werkelijk overal hadden ze gezocht. in kasten en laden, onder de deurmat. ze spraken met buren, ondervroegen de hond, liepen koortsachtig langs straten en pleinen. keer op keer schuimden ze het web af, doorbladerden radeloos de krant en keerden meermaals hun ziel binnenstebuiten. uiteindelijk bleven ze verweesd achter met al hun vragen. wisten…

    Lees verder: Verweesd
  • Niemandsland

    Eddy Vaernewyck zorgeloze zomers waren het. achter de hoeve lag onze uitkijk  op de wereld. wij waanden ons onsterfelijk en goddelijk tegelijk.  in onze hoofden lag elk ver goudland aan onze kindervoeten. Winnetou of William Cody waren wij, al naargelang de boeken  die wij lazen. urenlang lagen wij in hinderlaag. prikten  gewetenloos vlinders op bordpapier…

    Lees verder: Niemandsland
  • Kapseizen

    Nikki Petit je huilde niet  hoop kapseisde in de kamer een kraambed verdraagt immers geen stilte gehaaste handen wikkelden je  in een doopkleed van aluminium namen je mee te ver van mijn reikende handen te ver om ooit nog je weg terug te vinden ze hoorden ons niet schreeuwen thuis trok alle lucht uit de…

    Lees verder: Kapseizen
  • Lood

    Nikki Petit er hangt lood in de lucht ik meet de velden met mijn passen bij gebrek aan zon  draait een boeket koeienkoppen zich naar mij ik splijt de wolkbreuk onder het slagwerk op mijn transparante paraplu oogsten mijn ogen druipende peren gerijpt in een seizoen dat altijd weergaloos te kort schiet zoals alleen zomers…

    Lees verder: Lood
  • metamorfose

    Rob De Winter (aan Franz Kafka) mijn kruin overziet eeuwen hoe weinig is veranderd behalve de tooi van de mensensoort hun taal en gebruik van woord mijn takken grijpen niet gul geven ze alles weg in pure kleuren van seizoenen voedsel voor bodem en dartel insect mijn wortels reiken diep en ver verankeren tijd in…

    Lees verder: metamorfose

Een gedicht is een huis.
Men moet erin kunnen wonen.
En om gerieflijk te zijn moet het
een kelder, een zolder
en vele diepe kasten
voor onze herinneringen hebben.

Jan Greshoff

Vind ons op