Annemie Deckmyn

de lege la waaruit ik het laatste paar 

kousen aantrek maakt me melancholiek. 

mijn benen zijn het waard om deze 

ragfijne aan te trekken. gehandschoend 

     

het bloot bedekken. kleine haperingen havenen 

mijn tweede huid. een steek in mijn hart, 

de ladder spreidt zich voor me uit, dood spoor 

over oud zeer. dat dit me overkomen zou.

gruwel overvalt ons ongepast. op een ochtend 

een ontsierd been, de wijde mazen van een vangnet 

waaruit bleek, oud vel puilt. dit moeten aanzien, nuchter.      

ik streel verwezen langs de rafels, meld me ziek.

 

     

     uit “Alles gebeurt onderweg”

gastdichter Luister Duister 2025

Een gedicht is een huis.
Men moet erin kunnen wonen.
En om gerieflijk te zijn moet het
een kelder, een zolder
en vele diepe kasten
voor onze herinneringen hebben.

Jan Greshoff

Vind ons op