Luc C Martens

schoorvoetend onder de regendouche,

bedacht voor de val, wrijven zij elkaars rug, 

herkennen de plooien van hun trage lijven,

kussen nog steeds met gesloten ogen

de wereld had voor hen nooit grenzen. 

op de bedampte spiegel trekt hij een lijn.

nu de horizon nadert, 

haalt het sparen van de rug het van de liefde 

in bed een handdruk 

voor het licht uitgaat

   

Een gedicht is een huis.
Men moet erin kunnen wonen.
En om gerieflijk te zijn moet het
een kelder, een zolder
en vele diepe kasten
voor onze herinneringen hebben.

Jan Greshoff

Vind ons op