Nicole Ledegen

mijn oor potdicht, alsof ik een ballast draag,

een weg te geven rugzak, een nat zwempak.

dromend dat ik mijn vel uittrek om te drogen,

rammelt mijn oud skelet door een trechter diep

de aarde in. ik voed me met kalk als kiemkracht.

niet langer loom in grachten, maar vederlicht

zwemmend in woeste wateren, bots ik op een fles

met in haar hals een bijna ongeschonden partituur.

gegroeid als een walvis zing ik mijn lied.

Een gedicht is een huis.
Men moet erin kunnen wonen.
En om gerieflijk te zijn moet het
een kelder, een zolder
en vele diepe kasten
voor onze herinneringen hebben.

Jan Greshoff

Vind ons op