(aan Franz Kafka)

mijn kruin overziet eeuwen

hoe weinig is veranderd 

behalve de tooi van de mensensoort

hun taal en gebruik van woord

mijn takken grijpen niet 

gul geven ze alles weg

in pure kleuren van seizoenen                                                   

voedsel voor bodem en dartel insect

mijn wortels reiken diep en ver                     

verankeren tijd in ruimte                                 

omarmen de kwetsbaren 

steeds weer belaagd

meer dan duizend manen geleden

was ik nog een mens                                                   

tot een oorlog tussen stammen

mij een sterke bast gaf

 

met zachte schors

Rob De Winter

Een gedicht is een huis.
Men moet erin kunnen wonen.
En om gerieflijk te zijn moet het
een kelder, een zolder
en vele diepe kasten
voor onze herinneringen hebben.

Jan Greshoff

Vind ons op